7 november 2016 Peter Meurs

Zelfdeterminatietheorie, Sport en Mindfulness

Door Casper van der Spek

De positie van de coach in het leven van de sporter is even uniek als belangrijk, omdat de coach de sporter instrueert, zijn sportleven richting geeft en hij nauw betrokken is bij de ontwikkeling van de sporter. In dit blog wordt er vanuit de zelfdeterminatietheorie (SDT) besproken wat het effect van de coaching stijl op de mentale gesteldheid en motivatie van de sporter kan zijn. Wanneer men de waarden van de SDT namelijk in het achterhoofd neemt zal dit leiden tot een optimaal functioneren van zowel sporter als de coach. Mindfulness kan hier op unieke wijze aan bijdragen.

Waar heeft een sporter psychologisch behoefte aan?
Een coach kan heel hard zijn tegen de sporter, hem afrekenen op zijn resultaten en straffen voor zijn fouten. Maar als we kijken naar de lessen uit de zelfdeterminatietheorie (SDT), blijkt dat dit vaak niet de juiste manier van handelen is. Dit komt omdat mensen een zekere psychologische basisbehoefte hebben, zoals men fysiek behoefte heeft aan voedsel en slaap. Wanneer er niet in deze behoefte wordt voorzien, zal de motivatie en mentale toestand van de sporter daar onder lijden, zoals iemand ziek wordt door gebrek aan voedsel of slaap. De SDT bespreekt de volgende drie basisbehoeften:

  1. Autonomie
    Deze behoefte houdt in dat sporters zich vrij voelen in het maken van hun keuzes, en dat ze ongedwongen hun activiteit uit kunnen voeren. De coach heeft hier invloed op. Is hij bijvoorbeeld autoritair in zijn lesindeling? Laat hij wat ruimte over voor de sporters? Luistert hij naar hun wensen? Of wilt de coach vooral zijn eigen ideeën doordrijven?
  2. Competentie
    Hiermee wordt bedoelt dat de sporter zijn eigen gedrag als effectief kan zien. Dat hij begrijpt welk gedrag tot welk resultaat leidt, en hier invloed op heeft. Met andere woorden: dat de sporter zich bekwaam voelt. Wanneer de coach vooral gericht is op resultaten kan hij boos worden op de sporter omdat hij ondanks zijn grote inzet toch niet heeft voldaan aan de verwachtingen. De sporter denkt dan dat zijn gedrag geen effect heeft op het resultaat. Dit kan gevoelens van competentie aantasten.
  3. Verbondenheid
    De sporter voelt zich (onvoorwaardelijk) geaccepteerd en gesteund door de mensen uit zijn omgeving. De coach kan hier een belangrijke emotionele rol in spelen. Er zijn uiteraard veel scenario’s te verzinnen waarbij een coach hier niet op de juiste manier in voorziet, en daarmee afstand creëert tussen hemzelf en de sporter. Uit onderzoek blijkt dat een directieve coaching stijl, strenge instructies en negatieve feedback de zelfdeterminatie schaden, en dat daarentegen een democratische coaching stijl, positieve feedback en minimaal straffend gedrag gevoelens van competentie, autonomie en verbondenheid verbeteren. Wanneer de sporter voorzien is in zijn zelfdeterminatie, zal hij intrinsiek gemotiveerd zijn. Dit betekent dat de gekozen activiteit op zichzelf tot plezier zal leiden. De motivatie en positieve gevoelens worden dan niet zozeer bepaald door zaken als winnen of verliezen. Tevens zal er minder stress en meer leerpotentie optreden.

coach-sporter

Motivatie: wat beweegt een sporter om iets te doen? 
Sporters kiezen in principe activiteiten die in overeenstemming zijn met hun eigen waarden en daarmee de basisbehoeften van de SDT. In dit geval zal de atleet dus intrinsiek gemotiveerd zijn. Wanneer een activiteit echter niet in de basiswaarden voorziet, zal de activiteit niet gedaan worden vanuit intrinsieke motieven, maar vanuit zogenaamde ‘extrinsieke’ redenen. Deze zijn niet gebaseerd op positieve gevoelens omtrent de activiteit zelf, maar om externe waarden zoals bijvoorbeeld geld en waardering van de ouders of leeftijdsgenoten. De sporter kan hierdoor wel voldoening ervaren, maar die zal zeer tijdelijk en kwetsbaar zijn. De waardering van je ouders kan je namelijk zo weer verliezen. Dergelijke extrinsiek gemotiveerde waarden tasten de intrinsieke motivatie van de sporter en zijn psychologisch welzijn aan. Daarom is het zo belangrijk dat een sporter is voorzien in de drie basisbehoeften. Deze vormen de bodem voor een intrinsieke motivatie en zorgen dat de sporter optimaal en stabiel functioneert.

Hoe kan mindfulness de coach en sporter helpen in hun psychologische behoeften?
Uit recent onderzoek blijkt dat mindfulness coaches kan helpen om de zelfdeterminatie te verbeteren. Hieronder staat voor elke behoefte apart uitgelegd hoe mindfulness hieraan kan bijdragen, voor zowel de sporter als de coach.

  1. Autonomie
    Sporters: Door de beoefening van mindfulness cultiveren sporters een open bewustzijn. Dit helpt bij het maken van bewuste keuzes die consistent zijn met de innerlijke waarden van de sporter, in tegenstelling tot keuzes die ‘mindless’ vanuit andere motieven worden gemaakt. Mindfulness dient hier als regulerende kracht in het maken van oprechte keuzes, waardoor de autonomie verhoogd.
    Coaches: Door de beoefening van mindfulness zullen coaches leren om zich ontvankelijk en open op te stellen richting zichzelf en hun sporters, waardoor ze inzicht krijgen in- en bewust worden van hun eigen verlangens, en deze kunnen laten gaan. Dit geeft ruimte aan de behoeften van de sporters, waardoor zij meer autonomie zullen ervaren.
  2. Competentie
    Een mindful sporter richt zich op zijn taak, concentreert zich op de uitvoering en is in staat om andere afleidingen te accepteren voor wat ze zijn en ze verder te laten gaan. Hij is gericht op het proces en niet de score, en meet vordering eerlijk ten opzichte van zichzelf, waardoor er gevoelens van competentie optreden. Een mindful coach zal hier ondersteunend in zijn en positieve feedback over uitspreken. Ook dit verhoogt gevoelens van competentie.
  3. Verbondenheid
    Sporters & Coaches: Mindfulness leert coaches en sporters hun eigen emotionele drijfveren en (triggers voor) gedrag te begrijpen. Wanneer sporters zich in hogere mate bewust zijn van de eigen emoties is het ook mogelijk om die van anderen met een open en begripvolle houding te benaderen en de coach zal feedback positiever verwoorden. Hierdoor ontstaat er een dieper emotioneel begrip tussen de teamgenoten en de coach, wat leidt tot een hechtere onderlinge band. Onderzoek toont consistent aan dat mindfulness zorgt voor een hogere emotionele intelligentie en empathie.

Conclusie
Mindfulness kan er op verschillende manieren toe leiden dat er een omgeving wordt gecreëerd waar de sporter wordt gesterkt in zijn psychologische behoeften. Dit komt vele factoren waaronder de relatie tussen de sporter en de coach en het mentaal welzijn van beiden ten goede. De zelf-determinatie theorie geeft ons inzicht op welke manier mindfulness voor verbetering zorgt, en mindfulness toont zichzelf wederom als waardevol construct in het leven van de sporter en coach – zowel op, als buiten het veld

Over Casper van der Spek:
Casper is een masterstudent in de sport- en prestatiepsychologie en werk als stagiair voor de AMS. Hij kwam tijdens zijn eerste jaren als student psychologie in aanraking met mindfulness, en was zeer onder de indruk van de wetenschappelijk bewezen effecten op het welzijn die deze meditatievorm heeft, zowel in de klinische als non-klinische populatie. Naarmate hij zich verder in de mindfulness verdiepte werd de fascinatie groter. Tijdens zijn masterjaar besloot hij te kijken of hij in de praktijk ook meer kennis en ervaring kan opdoen omtrent mindfulness, en kwam toen uit bij het AMS. Casper: “Bij dit team breng ik de wetenschap bij de praktijkervaring, en word ik zelf ook ondergedompeld in de daadwerkelijke beoefening van meditatie. Want je kunt zoveel lezen en schrijven over mindfulness als je wilt, uiteindelijk snap je mindfulness het best door het zelf te doen.”